Gedragsregels BVNF   (overgenomen door NFHD)                                    


Basisprincipe

Bij het beoefenen van natuurfotografie mag noch het leven, noch de levenswijze van dieren en planten in het gedrang worden gebracht. Het behoud en het welzijn van het gefotografeerde wezen en zijn omgeving primeren steeds op het document. De toepassing van dit principe vereist een zekere basiskennis inzake natuurbehoud en ecologie. Soortenkennis en kennis inzake gedrag en ecologie van de gefotografeerde soorten, zal de toepassing van het basisprincipe ten goede komen.

Gedragsregels

1 Planten en dieren worden in hun natuurlijk milieu gefotografeerd, daar waar die vrij en spontaan
   voorkomen. Het plukken van planten of het vangen van dieren voor fotografische doeleinden
   is uitgesloten.

* Slechts wanneer natuurlijke elementen (planten, dieren, geologische- en fysische verschijnselen)
   het eigenlijke onderwerp van een opname vormen, en deze gemaakt is daar waar die vrij en
   spontaan voorkomen, beschouwen we dit als natuurfotografie.

* Aquarium-, terrarium- of zoofotografie en het fotograferen in Game Farms waar het gaat om
   gevangen of getrainde dieren vallen buiten het werkveld van BVNF en NFHD.
* Sommige landschappen (natuur-, nagenoeg natuur- en half natuurlandschappen) behoren tot het
   domein van de natuurfotografie.

* Opnamen van aanslagen op natuur en milieu vallen eveneens binnen het werkveld van BVNF en
   NFHD als fotografie ten dienste van de natuur- en milieubescherming.

* Het vertonen van beelden die ten opzichte van de oorspronkelijke opname zijn gewijzigd op
   digitale of op andere wijze, behoort niet tot het werkveld van BVNF en NFHD.

2 Bij het fotograferen zal men zo min mogelijk in bestaande toestanden ingrijpen en er in ieder geval
   op letten dat daarbij de natuurlijke bescherming van planten en dieren bewaard blijft.

3 Nestfotografie van vogels is uitgesloten. Het fotograferen van vogels in de ‘nabijheid’ van een nest
   is af te raden.

* Door af te zien van nestfotografie van vogels in het algemeen wordt vermeden aanleiding te
   geven tot het maken van nestopnamen van vogels die storingsgevoelig zijn.

* Soorten, waarvan algemeen bekend is dat zij de aanwezigheid van mensen tolereren
  (eventueel afhankelijk van plaats en tijd), kunnen wel in de ‘nabijheid’ van het nest gefotografeerd
   worden mits strikte inachtneming van het basisprincipe (bijvoorbeeld klippenvogels).

4 Opnamen van nestholen en opnamen in de nabijheid van nestholen van andere dieren dan vogels
   wordt afgeraden als de kans op verstoring aanwezig is.

5 Het storen van voedsel zoekende of voedsel aandragende dieren moet vermeden worden.

* Voor een groot deel van hun wakkere tijd zijn dieren op zoek naar voedsel. Ook zonder
   tussenkomst van de mens worden ze hierbij wel eens verstoord zonder dat ze daar merkbaar
   schade van ondervinden. Dit kan uiteraard veranderen wanneer die storing te lang duurt of
   voortdurend wordt herhaald. Wanneer dieren echter verzwakt zijn, voedsel moeilijk te vinden is,
   of ze ook nog jongen en eventueel hun partner moeten voeden, kan zelfs een éénmalige
   verstoring fataal zijn. Daarom wordt het fotograferen van voedsel aandragende dieren afgeraden,
   tenzij dit vanuit een met de nodige omzichtigheid geplaatste schuilhut gebeurt.

6 Slaap- of rustplaatsen worden niet verstoord.

* De winterslaap dient absoluut gerespecteerd te worden, want verstoring hiervan kan zelfs het
   overleven van de betrokken dieren in gevaar brengen. Een hoogwatervluchtplaats bv. kan
   interessant zijn om een schuilhut te plaatsen, als men tenminste onopgemerkt blijft tot alle
   vogels spontaan, bij een lagere tij, die zandbank weer verlaten hebben.

7 Gedrag waarbij het dier zelf schade kan ondervinden wordt niet uitgelokt. Het gebruik van
   geluidscassettes is af te raden.

* Aanbod van voedsel of drinkwater kan, indien correct toegepast, een positieve methode zijn om
  dieren in de nabijheid te krijgen. Indien dieren geheel of gedeeltelijk van dit voedselaanbod
  afhankelijk worden voor hun overleving (bv. bij wintervoeding) dient men dit uiteraard ook vol te
  houden na het maken van de gewenste opnamen, tot deze tussenkomst opnieuw overbodig wordt.

8 Manipulatie van dieren (vasthouden, verplaatsen) en van planten (vastklemmen) is in de regel niet
  gewenst, vaak af te raden, en soms helemaal uit te sluiten. Indien een opname slechts zou kunnen
  gemaakt worden dankzij manipulatie, kan men beter een andere gelegenheid afwachten om die
  soort te fotograferen
.

* Soms kan men door eenvoudige manipulatie het (over)leven zelf van de dieren in gevaar brengen
  (bv. verstoting van gemanipuleerde jongen door een ouderdier). Overigens druist manipulatie vaak
   reeds in tegen één of meer van de vorige gedragsregels.